Rentmeesterschap: de band tussen verleden en toekomst

Dit is deel 2 in een serie artikelen waarin de kernwaarden van VRIJ uit de Dubbele Delta verder uitgewerkt worden. Deel 1 over Broederschap is hier te lezen.

Waar Broederschap de band tussen mensen vormt en versterkt, is Rentmeesterschap de band tussen heden, verleden en toekomst.

We leven permanent in het heden, maar toch spelen verleden en toekomst een belangrijke rol in ons leven.

Het Verleden

Vooral personen van conservatieve snit zullen zich aangetrokken voelen tot of zich thuis voelen bij het verleden. Reactionairen willen zelfs terug naar de wereld van vroeger.

Dit is niet vreemd; de loop van de tijd heeft er immers voor gezorgd dat we direct voortkomen uit datzelfde verleden. Daar liggen onze herinneringen, daar liggen gevoelens van geluk (en soms helaas ook verdriet), en het verleden biedt, omdat het vast staat, een zekere houvast.

Een gezamenlijk verleden is ook wat ons bindt met onze familie, vrienden en medemensen. In die zin is dit te relateren aan de kernwaarde van Broederschap. Een roemrijk verleden en helden van weleer binden ook groepen mensen, zoals vooral te zien is op nationaal gebied. Maar ook kleinere verbanden zoals (studenten-) verenigingen, uitgebreide familie (denk aan de adel) en dorpen, steden en regio’s worden verbonden en geïnspireerd door een gezamenlijk verleden.

In hedendaagse links-liberale kringen lijkt er een taboe te liggen op het verleden. Immers, veel dingen uit het verleden waren slechter dan nu, en daarom ontstaat de neiging om ditzelfde verleden uit te wissen. Denk aan een actiegroep als “De Grauwe Eeuw”, die elk spoort van (foute) historie uit de Nederlandse cultuur wil wissen.

Er wordt ons een schuldgevoel aangepraat; (blanke) Nederlanders zouden schuldig zijn aan vele misstanden in het verleden, en dienen hier nog steeds boete voor te doen. Wat we goed deden in het verleden wordt voor het gemak maar even over het hoofd gezien. Immers, als je een van de meest vrije en rijke landen ter wereld bent moet je wel iets goed hebben gedaan.

Dat er uit het verleden lessen geleerd kunnen worden lijkt me evident. Dat alleen al is een reden om juist niet het verleden uit te willen wissen. Immers wie niet leert van zijn fouten uit het verleden is gedoemd deze in de toekomst te herhalen.

Tegelijkertijd mag er ook stilgestaan worden bij al het goede dat ons heeft gebracht tot waar we nu zijn. We mogen ons laten inspireren door het vernuft, de heldhaftigheid, de fysieke en morele offers en de culturele verworvenheden van onze voorouders. Ik zeg hierbij bewust inspireren, aangezien huidige generaties op geen enkele wijze verantwoordelijk zijn voor zowel de slechte als goede daden van voorgaande generaties. Maar we kunnen wel ernaar streven de cultuurdragers te worden of te blijven van dat wat we uit het verleden hebben gekregen en dat we als goed zien.

Het verleden biedt de gemakkelijkste manier voor de mens om zich geworteld te voelen op zijn (geografische) locatie en in de groep of natie waarvan hij onderdeel is. Immers, het verleden pakken ze niet meer van je af. Eenmaal in Nederland geboren ben je altijd tot op zekere hoogte met het gebied en het Nederlandse volk verbonden. Geboren worden in een familie schept een band, simpelweg omdat je bloed en geschiedenis deelt.

Laten we daarom het verleden als een rijke inspiratiebron zien, zonder de ogen te sluiten voor de zwarte bladzijden. Het is wat ons bindt en wat ons kan leiden naar een betere toekomst.

De Toekomst

Waar linkse activisten het verleden als de grote boeman zien, wordt de toekomst vaak gezien als het aardse paradijs waar naartoe gewerkt dient te worden. Historische dialectiek gaat ervan uit dat we op een lineair tijdspad zitten waarbinnen onze beschaving slechts vooruit kan gaan en waarin uiteindelijk volkomen gelijkheid en immense rijkdom het lot zal zijn van de gehele mensheid. Een eschatologische toekomst zal het einde der tijden betekenen; in mindere mate had bijvoorbeeld Francis Fukuyama het ook over de “einde van de geschiedenis” in de vorm van liberale democratieën waarin gelijkheid verregaande is doorgevoerd.

Dit is een gevaarlijke manier van denken. Immers, hiermee wordt onze beschaving en onze verworvenheden voor lief genomen, en sluit men de ogen voor interne en externe bedreigingen voor deze zelfde beschaving. Dit komt voort uit hetzelfde disrespect voor het verleden; wie het verleden niet waardeert en niet inziet hoe de mensheid via een lange, lange weg door schade en schande wijs en rijk is geworden, zal ook niet beseffen hoeveel we nu hebben om te koesteren en te beschermen en hoe snel we het ook weer kwijt kunnen raken.

Dit zien we bijvoorbeeld in de manier waarop regressieve ideologieën als het communisme en de Islam worden omarmd door linkse activisten en iedereen met een slecht historisch besef. De vrijheid en rijkdom van het kapitalisme worden voor vanzelfsprekend gezien, en dit veroorlooft juist het flirten met foute ideologieën. Immers, als je het alleen maar goed hebt gehad kun je je niet voorstellen hoeveel leed de mensheid heeft moeten doorstaan om deze gruwelijke experimenten te ervaren en daarna in de prullenbak van de geschiedenis te gooien. Gecombineerd met een onszelf aangepraat schuldgevoel over heden en verleden van onze beschaving lokt het velen dan automatisch naar foute ideologieën die op het eerste gezicht alleen maar goede dingen kunnen beloven.

Hetzelfde zien we in de irrationele wijze waarop vooral linkse activisten zich afzetten tegen technologische vooruitgang. Technologie brengt volgens hen slechts schade aan de “onschuldige en perfecte natuur”. Ondertussen weten ze niet meer hoe gruwelijk een leven zonder technologie is; een kort en zwaar leven vol ziekte en lijden. Het milieu wordt als heilig gezien, er wordt stiekem gehoopt op dictaturen die “de aarde zullen redden” en de ogen worden gesloten voor de immense vooruitgang op het gebied van technologie, levensverwachting, ziektebestrijding en armoedevermindering.

Hipsters mijmeren melancholisch over een verleden dat zij nooit hebben meegemaakt, maar waar alles wel “authentiek” en “puur” zou zijn. Er wordt gesproken over een “stikstofcrisis” terwijl de stikstofuitstoot in Nederland nog nooit zo laag was. Ondertussen wenden deze zelfde linkse types zich niet meer tot een positieve ideologie die bestand is voor de toekomst, maar wordt de ideologische leegte opgevuld met nostalgie, socialisme of zelfs de Islam, het Katholicisme en andere regressieve ideologieën.

Nee, het is tijd dat we vanuit ons zelfvertrouwen dat we uit ons (gemeenschappelijke) verleden en heden hebben opgebouwd, we met een nieuwe en nog positievere blik naar de toekomst kijken. We leven niet in lineaire tijden; de toekomst kan zowel slechter als beter worden. Om te voorkomen dat het slechter wordt moeten we onze verworvenheden met hand en tand beschermen. Om ervoor te zorgen dat de toekomst nog beter wordt dienen we te denken in termen van nog verdere vooruitgang en optimisme.

Rentmeesterschap

Verleden en Toekomst verbinden ons met anderen, en zijn daarmee onlosmakelijk verbonden met Broederschap. We dienen zorg te dragen voor het behoud van kennis van ons verleden, en het behoud van al het goede uit het verleden. Met deze historische lessen kunnen we vervolgens vooruit kijken naar de toekomst voor een nog beter verleden voor onze (klein-)kinderen en onze culturele erfgenamen. Dat is de Rentmeesterschap waar VRIJ voor staat.

Waarom nationalisme goed is

Maar al te vaak wordt nationalisme als de grote boeman gezien van deze tijd. Er heerst een taboe op trots zijn op het Nederlandse volk, migranten worden onbeperkt toegelaten en landen en grenzen moeten opgeheven worden voor opname in de EU.

Dat Europa een trauma heeft opgelopen na de Tweede Wereldoorlog is duidelijk. Maar imperialisme is geen nationalisme. Sterker nog, nationalisme heeft meer positieve kanten dan negatieve.

In zijn nieuwste vlog gaat Sander van Luit in op wat het is om een volk of een natie te zijn, en wat nationalisme nu echt betekent. Hij toont aan hoe we nu juist meer nationalisme kunnen gebruiken in plaats van minder, en geeft hiermee een voorzet om weer trots te zijn op ons Nederlanderschap.

Hoe de politiek ideologie boven resultaten stelt

Het hart van mijn boek Neerwaarts Nederland is het hoofdstuk “Het Politiek Ecosysteem als obstakel”. Dit hoofdstuk verklaart waarom de bestuurlijke kwaliteit bij overheid en grote bedrijven achteruit holt en waarom de negatieve effecten van verkeerde keuzes zich opstapelen.

Een van de onderdelen van mijn model – met de gelijknamige naam “Het Politiek Ecosysteem” – en de bijbehorende analyse betreft Model Platonisme. Om kort te gaan betekent dit dat een werkwijze – om bijvoorbeeld een probleem op te lossen – snel kritiekloos wordt gevolgd. Daardoor stopt het onbevangen kijken en wordt de werkwijze daarentegen verheven tot ideologie.

Het model is vanaf dat moment heilig en verwordt tot frame – beter gezegd een bril – waardoor alles wordt bekeken en waardoor eenieder MOET kijken.

Dit hoofdstuk uit mijn boek fascineert kennelijk, aangezien ik van meerdere lezers het verzoek heb ontvangen tot verdere verdieping.

Een van de belangrijkste vragen om te komen tot verdere verdieping zal ik in dit artikel behandelen

Hoofdvraag van de lezers van mijn boek:

Is politiek beleid niet altijd ideologisch gedreven en wat is daar mis mee?

Aan elke politieke partij ligt een complex van ideeën en overtuigingen ten grondslag oftewel een ideologie. Zonder een complex van ideeën en overtuigingen is het praktisch onmogelijk een politieke kleur af te geven en als zodanig herkenbaar te zijn en onderscheidend.

Een ideologisch fundament is op zichzelf bezien waardevol voor een politieke partij. Het wordt pas zorgelijk wanneer de ideeën van slechts 1 filosoof of “leider” worden gevolgd. Dit heeft Frits Bolkestein meesterlijk beschreven en historisch geduid in zijn boek: “De Intellectuele Verleiding.”

In mijn boek Neerwaarts Nederland beschrijf ik een ander zorgelijk gegeven; het complex van ideeën en overtuigingen niet aanpassen aan de actualiteit. Dit resulteert namelijk in dogmatisch beleid.

Actualiseren betekent concreet dat de werkwijze die je hebt bedacht om maatschappelijke en economische vraagstukken het hoofd te bieden, kritisch beschouwd blijft worden en indien nodig aangepast wordt. Dit vereist dat een eventueel ideologisch vertrekpunt weliswaar belangrijk is, maar wel ondergeschikt moet blijven aan de werking van een methode of methodiek.

In de huidige tijd zien we dat het complex van ideeën en overtuigingen van de gevestigde politieke partijen NIET aangepast wordt aan de actualiteit. Daarmee is de werkwijze (een rationeel model) niet leidend. Wat leidend is, is het ideologische vertrekpunt en daarmee dus een ideologische model. Het klimaatakkoord (zie illustratie: Het Politiek Ecosysteem) en het stikstofbeleid zijn sprekende voorbeelden hiervan. In Duitsland wordt tevens iedereen verketterd die kritische vragen stelt over het immigratiebeleid.

In mijn model genaamd Het Politiek Ecosysteem laat ik zien welke onderdelen (pijlers) van het systeem (Politiek, Media, Onderwijs) zorg moeten dragen voor de kritische beschouwing van de door de regering gekozen methodes en methodieken. Dit om zo Model Platonisme te ondervangen.

De Kamerdebatten leiden (zeker onder Rutte) zelden tot nooit tot een significante actualisering van het gekozen beleid en de gekozen werkwijze. Ideologie blijft dus leidend

Dan kun je enkel nog terugvallen op de corrigerende functie die de burger heeft tijdens de verkiezingen. Daartoe is het proces van vrije meningsvorming cruciaal. Kortom de Mainstream Media (gefinancierd door de belastingbetaler) dient een diversiteit aan opvattingen en meningen voor te schotelen waardoor burgers geen eenzijdig ideologisch gekleurd beeld ontwikkelen. Wanneer de media enkel 1 opvatting of uitgangspunt en de uitwerking daarvan bespreken (zie DWDD, Pauw, Jinek, etc.) dan is het de facto een ideologisch gedreven discussie. Impliciete ideologie wordt dus niet expliciet gemaakt. Dit alles zorgt ervoor dat de burger geïndoctrineerd wordt in plaats van geïnformeerd.

De rol die het onderwijs speelt in mijn model kunt u lezen in mijn boek.

Ik hoop met dit artikel een antwoord gegeven te hebben op de hoofdvraag van mijn lezers.

Ik groet u,

Maurits v. Falkenreck

Worden de jaren ’20 beter of slechter? Tijd voor nieuw optimisme!

De jaren ’20 van de vorige eeuw staan ook wel bekend als de “Roaring Twenties” – roerige jaren, waarin veel economische voorspoed aanwezig was, gekoppeld met grote technologische ontwikkelingen en een bruisende cultuur.

Over 2 weken zijn de jaren ’20 van deze eeuw aangebroken, en opnieuw zitten we in een roerige tijd, ditmaal vooral op politiek gebied. De politiek lijkt alleen maar waanzinniger te worden, bevolkingsgroepen leven naast elkaar en niet met elkaar, en de vraag is wanneer de volgende economische of politieke crisis zich aandient.

Toch is er genoeg reden om optimistisch te zijn, betoogt Sander van Luit. Technologische ontwikkelingen gaan harder dan ooit tevoren, en deze maken het mogelijk om steeds zelfstandiger ons leven in te kunnen richten, zonder teveel afhankelijk te zijn van de politiek. Sterker nog; de politieke stagnatie en verval kunnen juist een boost geven aan onze zelfredzaamheid en daarmee onze cultuur tot nieuwere hoogten stuwen.

Kijk zijn volledige betoog hier:

Neerwaarts Nederland: hoe de overheid geen problemen oplost maar ze creëert

Onlangs is de herziene versie uitgekomen van Maurits v. Falkenrecks boek “Neerwaarts Nederland”, bij uitgeverij Aspekt. De ondertitel “Een ondernemend antwoord op het verval van de verzorgingsstaat” verraadt al dat de auteur een pessimistische blik heeft op de stand van de sociale voorzieningen in Nederland, inclusief donkere omslagafbeelding van verwelkte bloemen, geplaatst op een omgekeerde Nederlandse vlag (vaak gebruikt als teken van nood of verzet).

Falkenreck is een innovatieve ondernemer en docent die aan den lijve heeft ondervonden hoe de Nederlandse overheid, goede doelenorganisaties en grote ondernemingen omgaan met innovaties die door ondernemers van onderuit de samenleving ontwikkeld worden. De samenvatting: uiterst belabberd. Vriendjespolitiek, bedrog en diefstal van intellectueel eigendom zijn schering en inslag. De Nederlandse overheid geeft vooral veel subsidies aan grote, gevestigde ondernemingen. En laat dit nu net de ondernemingen zijn die niet ingesteld zijn op innovatie en ondernemerschap. Ook NGO’s zien innovatieve oplossingen voor ontwikkelingshulp eerder als bedreiging dan als kans, vooral omdat hun goedbetaalde functie hiermee op de tocht kan komen te staan.

Waarom deze focus op innovatie? Heel simpel: om zelf op te vangen wat de Nederlandse overheid sinds de jaren 80 aan het afbouwen is wat betreft de verzorgingsstaat. Zelfstandige ondernemers dienen steeds meer zichzelf te verzekeren, om over de toestanden rond gedwongen ZZP-ers nog maar niet te spreken. Rechtsbijstand voor lage inkomens wordt steeds moeilijker te krijgen en zorgverzekeringen bieden steeds minder zorg voor hogere premies vanwege de inrichting van het huidige zorgstelsel. De overheid schuift meer en meer de verantwoordelijkheid voor collectieve voorzieningen van zich af, onder de eufemistische term “participatiemaatschappij”.

Immigratie en politieke correctheid

Al met al is het boek van Falkenreck en pessimistische diagnose van de huidige staat van de voorzieningen in Nederland. Gelukkig weet hij zich hiervan (deels) los te worstelen door ook te komen met aanbevelingen voor zelfredzaamheid, waarvan ik persoonlijk denk dat we daar in de toekomst het meeste op zijn aangewezen. Wat mij als lezer het meeste is bijgebleven is de historie van de verzorgingsstaat zoals die zich in de 20e eeuw heeft ontwikkeld tot op dit moment. De belangrijkste reden voor afbouwen van de voorzieningen sinds begin jaren 80 bestaat uit 2 oorzaken: de massale immigratie uit de jaren 60 en 70, en het gemak waarmee mensen (onterecht) een uitkering kregen. Dit was een tijd lang vol te houden met de opbrengsten uit aardgas, maar ook daar zal binnenkort een einde aan komen, wat een nog grotere druk legt op de voorzieningen.

Als laatste belangrijke bijdrage levert Falkenreck een model om uit te leggen waarom deze problemen ontstaan en in stand gehouden worden: Modelplatonisme. Decennia lang heeft linkse politiek (cultuurmarxisme) de politiek, media en onderwijs in een houdgreep gehouden, waardoor bepaalde zaken als waarheid werden aangenomen en kritiek hierop taboe was. De multiculturele samenleving werd tot axioma verheven, simpelweg omdat we geconfronteerd werden met een fait accompli; de migranten waren er en we konden ze niet wegsturen. Problemen met integratie, aanspraken op uitkeringen en oververtegenwoordiging in de criminaliteit werden niet besproken om de lieve vrede te bewaren. Dit probleem is nog steeds niet opgelost en is mede de oorzaak van de afbraak van onze voorzieningen. En ondertussen boeken de kabinetten van Rutte nieuwe records als het gaat om immigratie; nieuwe, grotere problemen voor de toekomst worden gecreëerd terwijl de problemen uit het verleden nog niet opgelost zijn. Al met al heeft dit boek me verder de ogen doen openen en me nog meer doen realiseren dat we onze heil niet kunnen zoeken bij de overheid, tenzij er een politiek wonder plaatsvindt.  

Koop het boek Neerwaarts Nederland van Maurits v. Falkenreck hier!

Interview met Maurits v. Falkenreck over zijn boek (video)

Een selectie van de beste alternatieve media

De laatste jaren hebben de opkomst van het internet en de technologische ontwikkelingen het mogelijk gemaakt voor iedereen om zelf media te produceren zoals video’s en podcasts.

Dit is een goede ontwikkeling, omdat dit het mogelijk maakt om onafhankelijk nieuws te kunnen vergaren en te verspreiden en daarmee ook leugens en framing van politici en mainstream media aan de kaak te stellen.

In zijn nieuwe Vrij Vuur bespreekt Sander van Luit deze ontwikkeling en loopt hij langs de verschillende vormen van media die in opkomst zijn: social media, podcasts en (streaming) video. Ook presenteert hij welke alternatieven de moeite waard zijn om uit te proberen. Kijken dus!

Wat gaat er om in het hoofd van een linkse activist?

De laatste jaren heeft het linkse activisme flink aan kracht gewonnen, tot op het punt dat over bijna alles in de samenleving een discussie gevoerd wordt over of het wel of niet veranderd of afgeschaft moet worden. Al eerder schreef ik een artikel over de waanzin van links activisme.

In de 2e aflevering van mijn vlog Vrij Vuur pak ik het manifest van Ted Kaczynski erbij om te duiken in de psyche van de linkse activist. Ressentiment uit gevoelens van onmacht blijkt de belangrijkste drijfveer te zien. Kijk de vlog hieronder:

Luister in aanvulling hierop ook de Batavieren Podcast terug over Social Justice Warriors:

Wanneer gaat overheid nu eindelijk de meest bedreigde minderheid beschermen?

Er is geen ontkomen aan; je opent social media en alles staat er vol mee: het zogeheten vrouwenquotum. Volgens de SER – en dus ook onze overheid – kunnen vrouwen niet zelfstandig de top behalen.

Dit klinkt barbaars, alsof we inderdaad in een patriarchaal land leven! Maar wacht eens even! Hier in het vrije Nederland hebben we toch gelijke rechten? Jazeker!

Daarom is het ook onbegrijpelijk dat simplistische mythes – zoals het glazen plafond, old boys network of ‘patriarchale dominantie op de werkvloer’ – de boventoon voeren in dit debat.

Uit tal van onderzoeken blijkt dan ook dat Nederlandse vrouwen – over het algemeen – een stuk ‘conservatiever’ zijn in hun werkend leven. Nederlandse vrouwen kiezen over het algemeen sneller om parttime te gaan werken. Niks mis mee lijkt me, want laten we wel wezen: als een vrouw eenmaal kinderen heeft kan het nogal een moeilijke stap zijn om toch weer full-time te werken. Waarom zou ze ook? Als het financieel te bolwerken valt dat de vrouw part-time werkt en de man full-time – of ook part-time – dan is er toch niks aan de hand? Het is een cultureel dingetje dat mannen vaker de top halen, niet iets dat institutioneel is.

Volgens diverse deugdrammers wel; in een ver verleden zijn zij alle ratio verloren en zijn zij (cultuur)marxistische denktrends gaan overnemen. Voor alle duidelijkheid, ze zijn niet per se marxisten. Ze hebben alleen een bepaalde zienswijze van het marxisme overgenomen, namelijk om de wereld binair te verdelen. Nu is dit een paradox want je hebt ook weer substromingen die aan ‘kruispuntdenken’ – ook wel intersectionaliteit genoemd.

De zienswijze die zij hebben overgenomen is om de wereld/maatschappij/samenleving onder te verdelen in 2 groepen: die van onderdrukkers en onderdrukten. Denk hierbij aan mannen versus vrouwen, allochtoon versus autochtoon etc.

Mensen die de paden van het intersectionele deugen bewandelen komen op een gegeven moment bij hele moeilijke ‘kruispunten’ uit. Want wie is er namelijk het meest zielig? Een minder valide transqueer ‘witte’ vrouw of een pangender gekleurde vrouw?

Dit klinkt allemaal te bizar voor woorden, en de meesten zullen denken dat dit overdreven is. Toch is dit de realiteit binnen het inmiddels genormaliseerde identiteitspolitieke debat!

Vanzelf komen we dan uit op de eeuwig geopperde stokpaardjes: ‘loonkloof’, ‘glazen plafond’ of het befaamde ‘old boys network’.

Dit geldt overigens niet alleen voor het vrouwenquotum; voor het diversiteitsquotum geldt dezelfde vorm van retoriek.

Dit is enorm spijtig, en hiermee komen we ook aan bij de uitleg van de titel van dit artikel. Want de overheid verzuimt in het beschermen van de meest bedreigde minderheid en daarmee ook de minst beschermde minderheid in Nederland: het individu.

De overheid is enorm ‘goed’ bezig met het verdelen van onze samenleving in tribale groepen/klassen/sekses maar vergeet het individu.

We zijn nog steeds individuen die zelf keuzes maken in het leven. Toch wordt iedereen systematisch in een hokje geduwd. Dit is een ziekelijke ontwikkeling, want draait onze democratie niet om de merites van een persoon en niet die van een groep?

Ooit hebben we gevochten voor gelijke rechten voor het individu. We moeten koesteren dat dat gelukt is, maar nu willen we voor zogenaamd ‘bedreigde’ groepen steeds meer ‘rechten’. Rechten is expres tussen haakjes want laten we wel wezen, het gaat niet om gelijke rechten – want die hebben we al – het gaat om meer privileges.

Het vrouwenquotum neemt het niet op voor de gelijke positie van vrouwen, het is symboolpolitiek die alleen uitwerking heeft voor de elites. Het ‘old boys network’ wordt niet doorbroken, het zal vanaf nu worden aangevuld met vrouwen uit dezelfde netwerken.

Ondertussen verwaarlozen we onze rechtsstaat en daarmee ook onze democratie omdat we de positie van het individu ondermijnen. Het individu is een secundaire status, je groep/klasse/afkomst etc. wordt een primaire status. Dit is een uiterst trieste ontwikkeling die de polarisatie tussen personen alleen maar zal vergroten. Is dit wat de overheid wil?

Thomas Sowell is een filosoof en criticaster die al decennia lang waarschuwt voor deze trend; het geeft de nodige stof tot nadenken!


De pederastische ethiek van linkse identiteitspolitiek & LGBT

Dit artikel is geschreven door Geneviève O’Dimm

De LGBT gemeenschap. Als je panseksueel bent of genderdysforie hebt krijg je nou eenmaal te maken met dit thema in de samenleving, linksom of rechtsom. Dit thema is in Nederland dan ook tot treurnis uitgemolken in de linkse media, evengoed als dat de LGBT-gemeenschap eeuwig uitgemolken blijft worden door het links-postmoderne identiteitspolitiekkartel.

Hoewel het van alle tijden iets is dat identiteitspolitiek wordt gemobiliseerd om politieke doelen te bereiken, zal ik me in dit artikel beperken tot de sinistere tegenstelling in wat bij BIJ1 types “Intersectioneel feminisme” – oftewel links-derdegolffeminisme heet, en hoe de LGBT-gemeenschap daar ten prooi aan valt. Want het is hoog tijd dat de olifant in de kamer benoemd wordt.

Sylvana Simons, BIJ1

Het feminisme is gekaapt door extreemlinks

Laat ik even beginnen met het feit (een feit dat me waarschijnlijk wat kritiek zal opleveren uit mijn eigen kamp) dat ik volledig voorstander ben van een soort feminisme dat eigenlijk niet meer bestaat; Non-identitair, tweedegolfsfeminisme wat sterk gericht is op gelijke rechten en gelijke socialisatie voor iedereen, en het afschaffen van sekse-specifieke wetgeving en verwachtingen. Ik vind schrijfsters als Donna Haraway en Simone de Beauvoir tot de canon van de Westerse cultuur horen, en wat een paar “geredpillde” Jordan Peterson-fans met Pepe the Frog als schermafbeelding daarvan vinden zal me werkelijk worst wezen; wie ik daardoor als lezer kwijt ben ben ik ook liever kwijt dan rijk. Maar ook Jordan Peterson heeft over dat ene ding wel gelijk als het neerkomt op het mainstream “Feminisme” van nu; een pervers fenomeen dat helemaal geen feminisme genoemd mag worden.

Maar het is precies dit “feminisme” van de intersectioneel-linkse identiteitspolitici dat vrouw-en-LGBTrechten (pun intended) verkracht. Om te begrijpen wat daarmee bedoeld wordt is een achtergrond nodig in wat deze perfide ideologie inhoudt. De term is bedacht door Kimberlé Williams Crenshaw, een civil-rightsactiviste die zich meer bezig hield met (vermeend) racisme dan met feminisme, en ras wordt bij haar dan ook veel breder getrokken dan iemands huidskleur. We kunnen eigenlijk spreken van een soort Amerikaanse Sylvana Simons uit de jaren 80. Haar theorie is simpel samengevat volgt: Hoe meer “minderheidsidentiteiten” zoals “zwart” of “gehandicapt” je hebt, hoe meer dit doorspeelt in onderdrukking. Deze onderdrukking is systemisch, en wordt gepropageerd door de samenleving, ook door mensen die niet racistisch, homofoob of seksistisch zijn. Deze identiteiten liggen op “intersectie” met elkaar. Doordat onderdrukking enkel kan worden geanalyseerd met identiteitspolitiek, is van daadwerkelijk feminisme sinds de opkomst van het “intersectioneel feminisme” dan ook geen sprake meer. Er valt best wat voor te zeggen dat de ervaringen van bijvoorbeeld zwarte vrouwen of homoseksuelen anders zijn (en misschien ook wel zieliger!) dan die van blanke vrouwen, en deze analysemethode kan best binnen de sociologie toegepast worden om individuen te begrijpen.

Wat men ook vindt van deze theorie, ze faalt jammerlijk buiten academische sociologie. De introductie van alomvattende identiteitspolitiek in de sociale beweging om misstanden jegens vrouwen of de LGBTgemeenschap recht te trekken heeft tot een olifant in de kamer geleid; Wat nou als bepaalde minderheden systematisch homoseksuelen en vrouwen onderdrukken? Bijvoorbeeld als een religie systematisch vrouwen sluiert en tot broedmachines reduceert en homoseksuelen van daken gooit? Dit benoemen kan in politiek intersectioneel feminisme natuurlijk niet. Dat zou racistisch zijn, en aangezien racisme ook gekleurde vrouwen raakt is dat automatisch seksisme… Ziet u de krankzinnigheid?

“Beste vrienden, samen tegen vrouw-en-LGBTrechten”

Het intersectioneel feminisme is dan ook vaak genoeg aangevallen, en daarmee eigenlijk ook een easy target. De focus van dit artikel ligt op wat dit betekent voor de LGBT-community, en hoe de intersectionalistische identiteitspolitici misbruik maken van de misstanden in de LGBT-community. Om dit misbruik te illustreren, bezie het volgende verhaal.

Petra de lesbische transgender

De LGBT-vlag

Petra is een 21 jaar oude lesbische transgender, geboren in Staphorst. Ze is geboren als Peter, gediagnosticeerd met genderdysforie en als gevolg van haar transgender-status en homoseksualiteit verbannen uit haar gemeenschap. Ze is ook mishandeld door haar familie; ze is haar omgeving ontsnapt, en is net begonnen met studeren aan een linkse universiteit. Petra heeft niemand; haar familie wil niks van haar weten, haar oude gemeenschap heeft het liever niet over haar. Op dit moment komt de linkse kerk, compleet met metaforische lange jas en een stapel lolly’s, om de hoek kijken. Op het moment dat Petra het meest kwetsbaar is wordt ze geïndoctrineerd: “Het is rechts wat jou dit heeft aangedaan! De Westerse cultuur haat jou! Kapitalisme onderdrukt jou! Zwarte Piet is racisme!” En natuurlijk wordt Petra gestimuleerd zo afwijkend mogelijk te worden, zodat ze afhankelijker wordt van de linkse identiteitspolitici.

Waar Petra in een gezonde samenleving als “normale” vrouw met haar vriendin een huis zou kopen, een mooie baan zou krijgen en verder geen haan zou kraaien naar haar geaardheid of karyotypisch geslacht (XY-chromosomen), wordt ze nu gestimuleerd om haar haar blauw te verven en een theatershow van zichzelf te maken door kinderen te laten huilen met Sinterklaas. Voor Petra lijkt dit mooi, gezien waar ze vandaan komt; ze heeft eindelijk een groep mensen om zich heen die haar “accepteren voor wie ze is”.

Behalve als ze PVV stemt, omdat een groep kansenparels haar in elkaar heeft geslagen omdat ze met haar vriendin over straat loopt. Want eenmaal gelokt door de pederasten kan ze niet meer terug. In de pas lopen zal ze, of het gaybashen komt van links. Op een veel hardere en meer perfide manier wordt ze door links aangepakt; waar ultraconservatief Nederland vooral niets moet weten van de LGBT-gemeenschap – wat hun goed recht is; ik hoef ook niets te weten van mensen die mij niet hoeven – ronselt links als een pedofiel kwetsbare LGBTers, en maakt deze systematisch kapot als ze niet de gehele intersectionele leer accepteren. Dit wordt nergens zo duidelijk gemaakt als met de nieuwe LGBT-vlag die de extreemlinkse identiteitspolitici ons door de strot proberen te duwen. Het moet duidelijk zijn dat de strijd tegen “racisme” er nu ook bij hoort:

De intersectionele “LGBT-vlag”

De bruine en zwarte strepen zijn toegevoegd om de LGBT-gemeenschap te distantiëren van de “racisten” die liever niet het ziekenhuis in worden geslagen door aanhangers van een homofobe machocultuur uit de woestijn. Want met ras heeft dit alles niets te maken, laat dat duidelijk zijn; De daadwerkelijke 2000 neonazi-skinheads in Nederland zijn we ook liever kwijt dan rijk. Maar voor een linkse identiteitspoliticus is religie en cultuur gelijk aan ras; Zelfs dit benoemen is al racistisch. Ik zal dan ook (ondanks het feit dat ik zelf technisch gezien een allochtoon ben) door een ruime groep (extreem)linkse commentatoren als racist worden neergezet voor dit artikel.

De Roze Leeuw

De Roze Leeuw is een van de weinige klassiek liberale LGBT-organisaties in Nederland. Een klein groepje rechts-realisten die van hun LGBT-status geen identiteit proberen te maken, maar zich simpelweg inzetten voor basale mensenrechten, bijvoorbeeld het recht om fysiek beschermd te worden tegen de bovengenoemde kansenparels die de Westerse verworvenheden aan hun laars lappen. Dit zorgt natuurlijk voor paniek; Als de LGBT-gemeenschap er achter zou komen dat men als homoseksueel niet per se op een boot in een leren string hoeft te dansen en niet GroenLinks of BIJ1 moet stemmen: oh wee! Daar gaat het stemvee.

Daarom is het ook niet verwonderlijk dat de homofobe en misogyne intersectionalisten de klassiek-liberale LGBTers en vrouwen meer verachten dan de machoculturen uit de woestijn. Onlangs is een feestje van de Roze Leeuw geboycot door Sylvana Simons & BIJ1, omdat er “neonazis” en “skinheads” rond zouden lopen. De Roze Leeuw zou een groep “extreem-rechtse mannen die er prat op gaat dat ze echte macho’s zijn” zijn. Het feit dat De Roze Leeuw zeer correct de vinger naar een 7e-eeuwse woestijnreligie en de daaruit volgende machocultuur wijst als het om anti-homogeweld gaat, is natuurlijk racistisch. Want de echte macho’s moeten wel beschermd worden tegen die enge, nare blanke homo’s.

Daarom zou ik aan alle leden van de LGBT-gemeenschap willen zeggen: links is uw vriend niet, en identiteitspolitiek is niet de uitkomst voor de misstanden die ons worden aangedaan. Denk aan de meest legendarische homoseksueel uit het vaderlandse verleden, die zijn vrijzinnigheid met de dood moest bekopen. Zijn bloed ligt aan de handen van de pederasten die ons nu willen verleiden over te lopen. Trap er niet in.

De vrouw als pooier

In het tijdperk van #MeToo zal ik in dit artikel een ander perspectief bieden op de rol van de vrouw – en dan specifiek de selectief geëmancipeerde vrouw.

Allereerst dient u voor een goed begrip van mijn relaas de definitie van de selectief geëmancipeerde vrouw te kennen. Een selectief geëmancipeerde vrouw is een vrouw die zelf haar geld verdient – bijna altijd part-time – en die een relatie heeft met een man. Binnen deze relatie verwacht de vrouw dat de man alle rekeningen betaalt en dat haar eigen zuurverdiende geld puur voor haar eigen vermaak en vertier dient. Onder u zullen mensen zijn die dit fenomeen maar al te goed kennen – met name de mannelijke lezers. Mocht u dit fenomeen niet kennen, zet u dan schrap want u zult zo direct geredpilled worden.

De rol van de pooier die sommige hedendaagse vrouwen hebben aangenomen, komt voort uit een aantal ontwikkelingen. Ik zal opeenvolgend de volgende ontwikkelingen uitwerken:
– een drastische verandering in het takenpakket van de vrouw binnen de traditionele relatie
– de emancipatie van de vrouw
– de opvoeding van de vrouw als prinses die voortdurend gepleased moet worden

Drastische verandering in het takenpakket van de vrouw:
De rol van de vrouw veranderde ingrijpend toen de intensieve werkzaamheden van de vrouw binnen de relatie voor een groot deel weggenomen werden door de komst van de wasmachine en andere huishoudelijke apparatuur. Vanaf dat moment beschikte de vrouw over aanzienlijk meer tijd voor andere taken. Deze extra tijd werd in eerste aanleg aangewend voor andere huishoudelijke taken en er was meer tijd voor de kinderen. Kortom een goede ontwikkeling.

Emancipatie van de vrouw:
De emancipatie van de vrouw maakte dat zij onderdeel ging uitmaken van het arbeidsproces. Daarmee verschoof haar rol van taken binnenshuis naar taken buitenshuis. Daarbovenop genereerde zij voor het eerst haar eigen inkomen.

Opvoeding van de vrouw als prinses:
Meisjes zijn de laatste decennia steeds meer ontzien door de ouders en de school. Jongens worden direct gecorrigeerd als ze meisjes plagen. In conflictsituaties worden meisjes direct als zielig bestempeld en zijn ze bij voorbaat onschuldig. Dit bevordert een gedrag waarbij meisjes doorhebben dat ze een aparte status hebben waarin ze mannen volledig kunnen manipuleren, geholpen door hun omgeving. Wederkerigheid is een concept dat door deze prinsesopvoeding totaal voorbijgaat aan de meisjes (en later de vrouwen).

Wanneer deze meisjes groot worden hebben ze precies door hoe ze onverantwoordelijk en niet-wederkerig gedrag kunnen koppelen aan een relatie met een man die voor alle financiële gemakken zorgt. Velen u van zullen dit direct associëren met de zogenaamde ‘golddigger’: de vrouw die met een man gaat voor zijn geld/status/macht. Ironisch genoeg klopt deze conclusie niet en is de golddigger geen hoer maar op basis van haar gedrag juist een pooier.

Dat de selectief geëmancipeerde vrouw feitelijk een pooier is, zal voor vrouwelijke lezers een opluchting zijn en voor mannelijke lezers een eye opener. Aan de hand van het bijbehorende gedrag zal ik aantonen dat voornoemde stelling klopt.

Allereerst is de relatie pooier–hoer nooit wederkerig: de pooier haalt en de hoer brengt. Concreet wil dit zeggen dat de vrouw die notabene haar eigen geld verdient, een man wenst die alle rekeningen betaalt: de woonlasten, de auto, de verzekering, familie uitstapjes en meer. Het geld wat de vrouw zélf verdient maakt zij op aan uitstapjes met vriendinnen, shoppen en haar uiterlijk. Dit laatste helpt haar ironisch genoeg om meer hoeren voor zich aan het werk te krijgen: lees andere mannen die geld en cadeautjes komen brengen.

De analogie van de pooierbak
Alle pooiers hebben een zwak voor een mooie auto oftewel een pooierbak – die doorgaans betaald dient te worden door de hoer die voor hem werkt. Precies zo hebben bijna alle part-time werkende selectief geëmancipeerde vrouwen een zwak voor het krijgen van kinderen, die om deze vergelijking door te zetten bekostigd dienen te worden door de man ookal verdient de vrouw haar eigen geld. Zelfs al heeft de man veel minder met de kinderen dan deze vrouw – dan tóch zal hij de financiële rol aangaan.

Sterker nog: zij zullen overgaan tot een arbeidsovereenkomst (huwelijk) voor onbepaalde tijd. De hoer (=man) zit nu vast aan de pooier (=vrouw) en zal voor minimaal vijf jaar zijn alimentatieverplichting moeten voldoen. Kortom de staat faciliteert de pooier bij wet in het instandhouden van deze pooier-hoer relatie.

Vele mannen kiezen voor deze niet-wederkerige relatie, omdat ze allang blij zijn dat ze een vrouw hebben en iets van aandacht krijgen, wat voldoende is om hen tevreden te houden. Zij krijgen dus nét voldoende seks van de vrouw dat ze niet op zoek gaan naar een andere vrouw/pooier. Dit is precies wat een mannelijk pooier doet om zijn hoertjes bij zich te houden: hij geeft ze net voldoende aandacht dat ze niet alleen het geld voor hem blijven binnenhalen maar ook loyaal blijven aan hem.

De mannen die het nog enigszins treffen zijn de mannen die een jonge vrouw als pooier hebben – immers deze jonge pooier is nog onervaren en daarmee heeft de hoer vaak betere primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden. Lees: hij mag nog wel met zijn vrienden op stap en krijgt bovenmatig veel seks terug van zijn pooier.

De hoer (=man) is feitelijk ook bang dat de pooier hem verlaat voor een andere hoer, omdat ze dan nog steeds contractueel vastzitten aan de financiële overeenkomst waarbij hij nog vijf jaar alimentatie zal moeten betalen voor de kinderen die de vrouw wilde (=equivalent van de pooierbak). Wanneer de pooier de hoer aan de kant schuift is de hoer direct minder aantrekkelijk voor een nieuwe pooier (=vrouw), omdat hij netto minder geld binnenbrengt. Hij draagt namelijk elke maand alimentatie af aan zijn voormalig pooier.

Angst voor weglopen
De angst van de pooier daarentegen is dat de hoer wegloopt en daarom geven ze de hoer net voldoende aandacht en seks EN zorgen ze dat ze alternatieve hoeren hebben klaarstaan. Oftewel dat ze vreemdgaan met andere mannen, zodat ze altijd de bestaande man voor een nieuwe manhoer kunnen inwisselen.

Even een opmerking terzijde: katten zijn ook pooiers – zij hebben ook meerdere hoeren voor ze werken, lees buren met kattenvoer ;-).

Wanneer u zelf dit inzicht nog niet had dan is dit volstrekt normaal: dit proces waarin heteroseksuele relaties van wederkerige verhoudingen naar pooier-hoer constructies zijn verschoven, is nog maar enkele decennia gaande en bereikt nu zijn hoogtepunt. Verder worden mannen zo goedgelovig, angstig en dienend opgevoed dat ze zelden doorhebben dat hun vrouw de pooier is en zij de hoer.

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag